In deze civiele zaak vorderde eiseres betaling van facturen ter hoogte van €2.028,36 op grond van een afvalverwijderingsovereenkomst waarbij een container ter beschikking werd gesteld aan gedaagde. Tevens werden incassokosten, wettelijke handelsrente en proceskosten gevorderd.
Gedaagde betwistte de facturen niet, maar stelde dat de container met medeweten van eiseres was verhuisd en later zonder toestemming was meegenomen. Eiseres ontkende dit en onderbouwde haar standpunt met een e-mailbericht van 16 april 2021 en een verklaring dat de gemeente de container had aangetroffen.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres haar stellingen voldoende had onderbouwd, terwijl gedaagde zijn beweringen niet had onderbouwd. Het ontbreken van reactie op het e-mailbericht en het onbegrip over het ontbreken van bezwaar bij het verdwijnen van de container woog mee.
De vorderingen van eiseres werden daarom toegewezen, inclusief betaling van de facturen, incassokosten, wettelijke rente vanaf 11 september 2023 en proceskosten van €1.231,13. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.