Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2024 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser,
Inleiding
.
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering na ziekmelding in 2019 als gevolg van een verkeersongeval. Het UWV heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, namelijk 28,72%. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen deze beslissing behandeld.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B). Deze arts heeft alle klachten van eiser betrokken en gemotiveerd waarom de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend zijn. Er is geen objectieve medische grond om de beperkingen verder te verzwaren. Ook de arbeidsdeskundige B&B heeft vastgesteld dat eiser niet geschikt is voor zijn eigen werk, maar wel voor andere functies die passen binnen zijn belastbaarheid.
Eiser stelde dat de beperkingen zwaarder waren en dat het maatmaninkomen onjuist was geïndexeerd, maar deze bezwaren zijn door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeert dat eiser op de peildatum in staat is om arbeid te verrichten en dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.