Op 24 november 2023 werd verdachte staande gehouden door politieverbalisanten nabij een weg waar vaak bedelaars aanwezig zijn. De verdachte liep weg en er ontstonden twee fysieke confrontaties met de verbalisanten. De rechtbank moest beoordelen of de verbalisanten op dat moment in de rechtmatige uitoefening van hun bediening verkeerden.
De rechtbank constateerde dat niet kon worden vastgesteld ter zake van welk strafbaar feit de verbalisanten de verdachte wilden staande houden of aanhouden. Het enkele feit dat de verdachte zich op een plek bevond waar vaak bedelaars zijn en onverzorgd oogde, vormde geen redelijk vermoeden van schuld. Hierdoor waren de verbalisanten niet bevoegd om de verdachte aan te houden.
Omdat de rechtmatigheid van de bediening ontbrak, kon niet bewezen worden dat de verdachte zich heeft verzet tegen ambtenaren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. De verdachte werd daarom vrijgesproken van het ten laste gelegde. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en de benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten.