Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Voorafgaand vonnis
3.Vordering
- het vaststellen van het bedrag waarop het door de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 285.094,50;
- het opleggen aan de verdachte van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een bedrag van € 285.094,50.