Uitspraak
Het college heeft de aanvraag getoetst aan de bestemmingsplannen “Hoek van Holland – Woongebied” en “Parapluherziening parkeernormering Rotterdam”. In het bestemmingsplan “Hoek van Holland – Woongebied” heeft het perceel de bestemming “Maatschappelijk – 2”. Het bouwplan is in strijd met artikel 11.1 van de planregels, omdat op grond daarvan geen (tijdelijke) woonfunctie is toegestaan op deze locatie. Daarom heeft het college toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4, onderdeel 9, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 9 november 2023. Dat betekent dat in dit geval het recht, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, komt het college beleidsruimte toe en moet het college de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.
Verzoeker betoogt dat het college die afwijkingsbevoegdheid niet kon gebruiken, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing daarvan. Hij wijst erop dat het woonoppervlak wordt vergroot doordat grote dakkapellen worden geplaatst.
Voor zover is aangevoerd dat de bestaande maatschappelijke bestemming behouden moet blijven, overweegt de voorzieningenrechter dat de Wabo de mogelijkheid biedt om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van een vastgesteld bestemmingsplan. Het gebruik van die mogelijkheid is op zichzelf niet in strijd met de rechtszekerheid.
In zoverre is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Inspraak en communicatie
In het stikstofrapport is ervan uitgegaan dat de tijdelijke huisvestingslocatie eind maart 2024 in gebruik wordt genomen en dat dus op dat moment de gebruiksfase begint. Zelfs als de bewoners geen gebruik maken van auto’s en dus buiten het genoemde aantal verkeersbewegingen vallen, zoals het college beoogt, is het genoemde aantal van 1300 verkeersbewegingen naar het oordeel van de voorzieningenrechter onrealistisch laag voor een periode van ruim negen maanden. Dit komt namelijk neer op minder dan vijf verkeersbewegingen per dag. Uit de stukken blijkt dat er begeleidend personeel op de huisvestingslocatie werkzaam zal zijn. Daarnaast zijn in ieder geval in enige mate verkeersbewegingen te verwachten van bijvoorbeeld bezoekers en dienstverleners. Ter zitting heeft het college erkend dat het gehanteerde aantal verkeersbewegingen aan de lage kant is. Nu er niet van kan worden uitgegaan dat dit aantal representatief is, betwijfelt de voorzieningenrechter de juistheid van de conclusie dat er geen significante gevolgen zullen zijn door stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied. Dit betekent dat er vooralsnog van moet worden uitgegaan dat sprake is van een vergunningplichtig project als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt.
Werkzaamheden zonder kapvergunning
(…)
c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet,
(…)
(…)
2. In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.
Artikel 2.12
(…)
3. Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Besluit omgevingsrechtArtikel 2.2aa. Activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten)Als categorie activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, worden tevens aangewezen:
(…)
9. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;
(…)
Planregels bestemmingsplan “Hoek van Holland – Woongebied”Artikel 11 Maatschappelijk Pro – 211.1 Bestemmingsomschrijving
Planregels bestemmingsplan “Parapluherziening parkeernormering Rotterdam”Artikel 3 Voorwaardelijke Pro verplichting
Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022Artikel 3. Reikwijdte1. Deze beleidsregels zijn van toepassing bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning.2. Bij een omgevingsvergunning wordt een parkeereis gesteld conform de indeling in gebiedstypen en normen als bedoeld in artikel 2 en Pro bijlage 4 van deze beleidsregeling.
(…)
6. De parkeereis wordt volledig op eigen terrein gerealiseerd.
(…)