ECLI:NL:RBROT:2024:1550
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, maar diende dit bezwaar te laat in. De rechtbank stelt vast dat de bezwaartermijn van zes weken, die begon te lopen na de bekendmaking van het besluit op 7 juli 2023, op 19 augustus 2023 eindigde. Het bezwaarschrift werd na deze termijn ontvangen en is daarmee niet tijdig ingediend.
Eiseres voerde aan dat haar drukke persoonlijke omstandigheden, waaronder het runnen van een zorgonderneming en de zorg voor drie kinderen, waaronder één met speciale zorgbehoeften, een verschoonbare reden vormden voor de late indiening. Tevens stelde zij dat er geen belangen van derden in het geding waren en dat zij in persoon had geprocedeerd.
De rechtbank oordeelt echter dat deze omstandigheden niet zodanig zijn dat zij het te laat indienen kunnen verontschuldigen. Het college heeft terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat en niet verschoonbaar is ingediend.