ECLI:NL:RBROT:2024:1467
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in ontnemingsvordering na vrijspraak rechtspersoon
Op 13 februari 2024 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie tegen de rechtspersoon [bedrijf01] B.V. De vordering betrof het vaststellen en ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van €469.166,00.
Echter, bij een eerder arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 november 2023 werd de rechtspersoon vrijgesproken van het strafbare feit waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd. Dit arrest is onherroepelijk geworden.
Gezien deze vrijspraak oordeelde de rechtbank dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de ontnemingsvordering, omdat een veroordeling wegens een strafbaar feit ontbreekt en dat aan de ontvankelijkheid in de weg staat. De rechtbank baseerde zich hierbij op de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2009:BG4258).
De rechtbank heeft daarom de vordering van het Openbaar Ministerie afgewezen en het vonnis is gewezen door voorzitter E. Rabbie en rechters M.C. Franken en T.M. Riemens.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens de onherroepelijke vrijspraak van de rechtspersoon.