Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in zijn strafzaak omdat de rechter tijdens een raadkamerzitting al een oordeel zou hebben geveld voordat zijn advocaat in tweede termijn kon reageren. Verzoeker vreesde hierdoor vooringenomenheid van de rechter.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld en onderzocht of er sprake was van vooringenomenheid. Uit de procedure en de mondelinge behandeling bleek dat de rechter het oordeel had gevormd op basis van een uitgebreide schriftelijke en mondelinge behandeling, waarbij hoor en wederhoor voldoende waren gewaarborgd. De advocaat van verzoeker had zelfs een tweede termijn gekregen, maar maakte daar geen gebruik van.
De rechtbank oordeelde dat het beperkte toetsingskader bij de behandeling van een klaagschrift ex artikel 552a Sv meebrengt dat de rechter eerder tot een oordeel kan komen zonder dat dit duidt op vooringenomenheid. Gezien deze omstandigheden was er geen zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.