Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [naam 1] ;
- mr. D.K. Streef, officier van justitie.
Rechtbank Rotterdam
Op 1 oktober 2024 vond de mondelinge behandeling plaats bij de kantonrechter Rotterdam inzake vier minderjarige kinderen die al geruime tijd niet naar school gaan. De ouders hadden geen vrijstelling gekregen voor het schoolverzuim en verschenen niet op zittingen, ondanks oproepingen en dagvaardingen.
De kinderrechter constateerde dat de belangen van de minderjarigen en hun ouders in strijd zijn, en dat de situatie zorgwekkend is vanwege het risico dat de kinderen geïsoleerd opgroeien. De Raad voor de Kinderbescherming bracht naar voren dat er onvoldoende zicht is op het onderwijs, de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen.
Gezien de urgentie werd besloten een bijzondere curator te benoemen die de minderjarigen zowel in als buiten rechte vertegenwoordigt. De curator krijgt toegang tot alle relevante stukken en moet rapporteren voor de volgende zitting op 7 januari 2025. De benoeming geldt tot 1 februari 2025.
De beschikking is mondeling gegeven door kinderrechter A.A.J. de Nijs en schriftelijk vastgelegd op 6 november 2024. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening.
Uitkomst: Benoeming van een bijzondere curator tot 1 februari 2025 om de belangen van de minderjarigen te behartigen wegens langdurig schoolverzuim en risico op isolatie.