Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de medeverdachte voor de duur van 1 jaar.
4.Waardering van het bewijs
- meerdere malen, (met kracht) (met gebalde hand) tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] heeft geslagen en
- meerdere malen, althans eenmaal, met kracht met geschoeide voeten tegen de benen en tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] heeft geschopt en
- (vervolgens) meerdere malen, terwijl voornoemde [slachtoffer 1] op de grond lag met kracht met geschoeide voeten tegen het hoofd en de nek en het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] heeft geschopt,
diehet zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
Het pleit niet voor de verdachte dat hij probeert om een deel van de verantwoordelijkheid af te schuiven op het slachtoffer, terwijl de verdachte uit het niets de eerste klap heeft gegeven.
8.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;
12 (twaalf) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
€ 25.440,50 (zegge: vijfentwintigduizend vierhonderdveertig euro en vijftig eurocent), bestaande uit € 10.440,50 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1] te betalen
€ 25.440,50(hoofdsom,
zegge: vijfentwintigduizend vierhonderdveertig euro en vijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 25.440,50 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
162 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 19.867,32 (zegge: negentienduizend achthonderdzevenenzestig euro en tweeëndertig eurocent),bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van Securitas Beveiliging B.V. te betalen
€ 19.867,32(hoofdsom,
zegge: negentienduizend achthonderdzevenenzestig euro en tweeëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 19.867,32 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
134 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 900,- (zegge: negenhonderd euro), bestaande uit € 300,- aan materiële schade en € 600,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 2] te betalen
€ 900,-(hoofdsom,
zegge: negenhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
18 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;