ECLI:NL:RBROT:2024:13472

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2024
Publicatiedatum
3 februari 2025
Zaaknummer
10.237211.22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 243 Sr (oud)Art. 247 Sr (oud)Art. 1 lid 2 SrArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor seksueel misbruik in staat van verminderd bewustzijn

Op 21 mei 2022 vond een incident plaats in een hotelkamer in Rotterdam waarbij verdachte werd beschuldigd van seksueel misbruik van een vrouw die mogelijk in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Aangeefster verklaarde dat verdachte zonder haar toestemming seksuele handelingen verrichtte terwijl zij sliep. Verdachte ontkende dit en stelde dat alle handelingen met wederzijdse instemming plaatsvonden.

De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 21 maanden. Het bewijs bestond uit verklaringen van aangeefster, een getuige en een DNA-rapport van het NFI. De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaring van aangeefster gedetailleerd was, de ontkenning van verdachte en de beperkte waarnemingen van de getuige onvoldoende steunbewijs boden. Daarnaast waren alle betrokkenen onder invloed van alcohol en lachgas, wat het beeld vertroebelde.

De rechtbank kon niet met redelijke twijfel vaststellen dat verdachte wist dat aangeefster haar wil niet kon bepalen of kenbaar maken en dat hij opzettelijk handelde. De alternatieve verklaring van verdachte voor het DNA-spoor was niet onweerlegbaar. Daarom werd verdachte vrijgesproken. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat geen straf of maatregel was opgelegd.

De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Het vonnis werd gewezen door voorzitter J. van der Groen en rechters J.C. Tijink en F. van Laanen op 21 november 2024.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij seksueel misbruik pleegde terwijl slachtoffer in verminderd bewustzijn verkeerde.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10.237211.22
Datum uitspraak: 21 oktober 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. D.J. Troost, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 oktober 2024.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
Daarbij geldt dat de tenlastelegging is gebaseerd op de artikelen 243 en (subsidiair) 247 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zoals dat luidde tot 1 juli 2024. Op grond van het bepaalde in artikel 1 lid 2 Sr Pro wordt bij een verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het ten laste gelegde feit zou zijn begaan de voor de verdachte gunstigste bepaling toegepast. Dat zijn in dit geval de artikelen 243(oud) en 247(oud) Sr.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.M. Loppé heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Inleiding
In de nacht van 20 op 21 mei 2022 ontmoetten aangeefster en haar vriendin [persoon A] in een uitgaansgelegenheid in Rotterdam de verdachte en een aantal van zijn vrienden. Alle betrokkenen dronken alcohol. Na het sluiten van de laatste club waar zij waren, besloten aangeefster, haar vriendin, de verdachte en een van zijn vrienden om met zijn vieren te vertrekken naar de door aangeefster en [persoon A] geboekte hotelkamer. Daar hebben zij nog verder gefeest en lachgas gebruikt. Uiteindelijk zijn zij alle vier in twee tegen elkaar staande bedden beland.
Aangeefster heeft verklaard dat zij op haar buik in slaap is gevallen en na enige tijd wakker werd door gehijg. Zij voelde dat de verdachte bovenop haar lag en met zijn handen haar borsten betastte. Aangeefster verstijfde door deze situatie en deed alsof zij sliep. Vervolgens voelde zij dat de verdachte haar begon te droogneuken en met twee vingers haar vagina in ging en heen en weer bewoog. Daarna voelde zij een tong langs haar vagina en billen gaan en probeerde de verdachte zijn geslachtdeel in haar vagina te stoppen. Aangeefster heeft op een later moment verklaard dat de verdachte met zijn geslachtsdeel ook in haar vagina is geweest.
De verdachte heeft verklaard dat deze situatie nooit heeft plaatsgevonden. Over en weer hebben aangeefster en de verdachte de desbetreffende nacht aan elkaar gezeten met wederzijdse instemming (‘geflikflooid’) maar er is geen sprake geweest van gemeenschap. De verdachte heeft verklaard niets te hebben gedaan bij aangeefster dat zij niet wilde. Aangeefster heeft ook niet kenbaar gemaakt dat zij iets niet wilde.
4.1.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar. De verklaring van aangeefster wordt ondersteund door de getuigenverklaring van [persoon A] en door het door het NFI opgemaakte DNA-rapport. Aangeefster heeft verklaard dat zij wakker werd door de verdachte die op haar lag en seksuele handelingen met haar verrichte. De seksuele handelingen vonden dus plaats terwijl aangeefster sliep en direct daarna. Getuige [persoon A] heeft gezien dat de verdachte op aangeefster lag en seksbewegingen maakte. Uit het DNA-rapport blijkt dat er DNA over en weer is aangetroffen. Het hieruit volgende sporenbeeld past niet bij de verklaring van de verdachte.
4.1.3.
Beoordeling
Voor een veroordeling op grond van artikel 243(oud) dan wel 247(oud) Sr moet komen vast te staan dat aangeefster ten minste in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, waardoor zij niet of onvolkomen in staat was haar wil betreffende de door verdachte verrichte seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Ook moet komen vast te staan dat de verdachte wetenschap van die gesteldheid had en opzettelijk heeft gehandeld.
Op basis van de inhoud van het strafdossier en op grond van de verklaring van de verdachte overweegt de rechtbank als volgt. Weliswaar is de verklaring van aangeefster gedetailleerd op de meeste punten, maar daartegenover staat de stellige ontkenning van de verdachte. In zo’n geval is ander (steun)bewijs nodig voor een bewezenverklaring. Dit lijkt op het eerste gezicht te vinden in de verklaring van [persoon A] maar deze beperkt zich voor wat betreft de verweten seksuele handelingen tot de waarneming van bewegingen die zich onder de deken hebben voorgedaan waarbij onduidelijk is wat zich daar nu precies heeft afgespeeld. Bij dit alles is sprake geweest van situatie waarbij alle betrokkenen in meer of mindere mate onder invloed waren van alcohol en lachgas. Mede gelet op de verdere hierboven omschreven omstandigheden is een voor de rechtbank diffuus beeld ontstaan van wat er zich op de hotelkamer heeft afgespeeld.
Aldus heeft de rechtbank niet buiten redelijke twijfel kunnen vaststellen dat de verdachte wetenschap had dat aangeefster in een zodanige staat verkeerde dat zij haar wil niet kenbaar kon maken dan wel weerstand kon bieden aan de verdachte en dat hij vervolgens de hem verweten gedragingen zou hebben gepleegd. Voorts speelt een rol dat de verdachte een alternatieve lezing heeft gegeven voor aantreffen van het DNA, die niet zonder meer onweerlegbaar is, gelet op de gang van zaken eerder die avond. Dit geheel overziend kan de rechtbank niet tot een voor het Openbaar Ministerie gunstige beslissing komen en zal de twijfel die is ontstaan in het voordeel van de verdachte moeten worden uitgelegd. Gelet daarop zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde.
4.1.4.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.617,01 aan materiële schade en een vergoeding van € 10.000,- aan immateriële schade.
5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
5.2.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

6.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Groen, voorzitter,
en mrs. J.C. Tijink en F. van Laanen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 mei 2022 te Rotterdam,
met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van
bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,
dat deze niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of
kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,
een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede
bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
te weten het
- betasten van de borsten van die [slachtoffer] en/of
- droogneuken van die [slachtoffer] en/of
- brengen en/of houden en/of (vervolgens) (ruw) bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of
- brengen en/of houden en/of (vervolgens) bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] ;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 mei 2022 te Rotterdam,
met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van
bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,
dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen
of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het
- betasten van de borsten van die [slachtoffer] en/of
- droogneuken van die [slachtoffer] en/of
- brengen en/of houden en/of (vervolgens) (ruw) bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of
- brengen en/of houden en/of (vervolgens) bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] .