Verzoeker diende een verzoek in tot opheffing van zijn faillissement van 30 augustus 2022 met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Wsnp). De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid op grond van artikel 15b Faillissementswet en stelde vast dat verzoeker niet binnen de termijn een Wsnp-verzoek had ingediend, maar dit niet geheel aan hem toe te rekenen was vanwege persoonlijke omstandigheden en stress.
De curator adviseerde positief over het omzettingsverzoek. Verzoeker had zich onder bewind gesteld en medewerking verleend tijdens het faillissement. Hij had een woning toegewezen gekregen en zette zich in voor het verkrijgen van een fulltime baan. De rechtbank achtte aannemelijk dat verzoeker de verplichtingen uit de Wsnp zal nakomen.
Hoewel verzoeker voorafgaand aan het faillissement schulden had laten ontstaan die niet te goeder trouw waren, achtte de rechtbank dit geen belemmering voor toelating tot de Wsnp gezien de positieve wending in zijn situatie, het beschermingsbewind en het ontbreken van nieuwe schulden.
De rechtbank besloot het faillissement op te heffen, de Wsnp toe te passen met ingang van 9 september 2024 tot 9 maart 2026, het salaris van de curator definitief vast te stellen en een rechter-commissaris en bewindvoerder aan te wijzen. Tevens werd een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend.