Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 3 (primair en subsidiair) en 4 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 5 en 6 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest;
- oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 2 jaren, met een vervangende hechtenis van 2 weken per overtreding en met een maximale duur van 6 maanden, inhoudende een contactverbod met (de medeverdachten) [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], met dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel;
- verbeurdverklaring van 2 stuks handschoenen en teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 720,- aan de verdachte;
- niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [aangeefster 2] in de vordering ter zake van het onder 4 ten laste gelegde.
4.Waardering van het bewijs
eenreservesleutel van
eenpersonenauto
eenreservesleutel van
eenpersonenauto en spaarkaarten
3.subsidiair.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
(doorgenummerd feit 3 primair)
(doorgenummerd feit 1)
(doorgenummerd feit 2)
(doorgenummerd feit 3 subsidiair)
(doorgenummerd feit 4)
doorgenummerd feit 5)
doorgenummerd feit 6)
een gevangenisstraf voor de duur van 38 (achtendertig) maanden;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het doorgenummerde feit 6 onder parketnummer 10/098636-23: 2 stuks handschoenen
€ 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro en nul eurocent), bestaande uit € 750,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij] te betalen
€ 750,-(hoofdsom,
zegge: zevenhonderdvijftig euro en nul eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
15 dagen;