De Raad voor de Kinderbescherming heeft op 9 en 10 december 2024 een verzoek ingediend tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De kinderen verblijven momenteel met hun moeder op een veilige, voor de vader onbekende locatie vanwege oplopende spanningen in de thuissituatie.
De ouders kampen met ernstige problemen, waaronder emotionele en verbale agressie van de vader, die suïcidale uitspraken doet en onder behandeling is bij een GGZ-instelling. De vrijwillige hulpverlening heeft onvoldoende verbetering gebracht. De moeder is angstig voor de vader en benadrukt de noodzaak van rust en regelmaat voor de kinderen.
De rechtbank oordeelt dat de ontwikkeling van de kinderen acuut en ernstig wordt bedreigd door de instabiele en onveilige thuissituatie. Daarom wordt de voorlopige ondertoezichtstelling voor drie maanden ingesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder verleend. De beslissing is direct uitvoerbaar en er wordt aandacht gevraagd voor het contact tussen de vader en de kinderen, met name vanwege de positieve invloed van de vader op de behandeling van een van de kinderen.