Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer mr. D.A. IJpelaar, advocaat van verzoekster;
- de heer M. El Joghrafi, werkzaam bij JM Bewind B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft op 14 november 2024 een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening (moratorium) voor zes maanden om te voorkomen dat het vonnis tot ontruiming van haar woonruimte wordt uitgevoerd. Dit was haar tweede verzoek nadat een eerdere voorlopige voorziening van zes maanden was toegekend op 19 mei 2023.
De rechtbank stelt vast dat de wet, artikel 287b lid 5 Faillissementswet, slechts voorziet in een moratorium van maximaal zes maanden. Omdat deze termijn inmiddels is verstreken, kan geen nieuw moratorium worden toegekend. Verzoekster voert aan dat haar situatie is veranderd doordat zij nu in loondienst is met een vast inkomen en onder beschermingsbewind staat, maar dit leidt niet tot een andere belangenafweging.
Daarnaast is het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog in een beginstadium verkeert en niet op korte termijn zal worden afgerond. De rechtbank wijst het verzoek tot moratorium af en verklaart het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk, met de mogelijkheid voor verzoekster om later een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek tot een tweede moratorium wordt afgewezen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.