ECLI:NL:RBROT:2024:13025
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens langdurige overlast afgewezen wegens onbevoegdheid burgemeester
De burgemeester van Rotterdam besloot op 29 november 2024 de woning van verzoekers te sluiten wegens langdurige en stelselmatige overlast, gebaseerd op artikel 174a van de Gemeentewet. Verzoekers, huurders van de woning, maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen totdat op bezwaar was beslist.
De overlast bestond uit diverse incidenten tussen 2022 en 2024, waaronder bedreigingen, overlast op galerij en portiek, stroomdiefstal, mishandeling en druggerelateerde gedragingen. De burgemeester stelde dat deze gedragingen een ernstige verstoring van de openbare orde vormden en een bedreiging waren voor de veiligheid en gezondheid van omwonenden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel de overlast ernstig is en stelselmatig plaatsvindt, niet alle gedragingen zich binnen of direct vanuit de woning of het erf voordoen. Slechts enkele incidenten voldeden aan het criterium van ernstige gedragingen binnen het toepassingsgebied van artikel 174a. Hierdoor was de burgemeester niet bevoegd de woning te sluiten. De rechter benadrukte dat verzoekers zich bewust moeten zijn van hun gedrag en dat een volgende keer het oordeel anders kan uitvallen.
De voorlopige voorziening werd toegewezen, het besluit tot sluiting geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst het besluit tot sluiting van de woning omdat de burgemeester niet bevoegd was dit besluit te nemen op grond van artikel 174a van de Gemeentewet.