ECLI:NL:RBROT:2024:1286
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen boete Wet dieren wegens vermeend voorttrekken geitenbok aan horens
Eiseres werd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beboet voor het voorttrekken van een geitenbok aan de horens tijdens het lossen van dieren, wat een overtreding van de Wet dieren zou zijn. Het besluit was gebaseerd op een rapport van een NVWA-toezichthouder en een veterinaire verklaring, waarin werd gesteld dat een chauffeur van het vervoersbedrijf de geitenbok aan de horens zou hebben voortgetrokken.
Eiseres betwistte dit en stelde dat de geitenbok slechts rustig werd begeleid en dat het vastpakken aan de horens noodzakelijk was om letsel te voorkomen. De belangrijkste bewijsmiddelen, de camerabeelden waarop het rapport was gebaseerd, waren gewist. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende concreet was om het voorttrekken aan te tonen en dat het enkele vastpakken aan de horens niet verboden is.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak was overschreden, waardoor eiseres recht had op een schadevergoeding. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit, en veroordeelde de Staat tot betaling van een schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Boete Wet dieren vernietigd wegens onvoldoende bewijs en schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.