Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 (poging tot doodslag), 2 (ontploffing teweegbrengen) en 3 (bedreiging) ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 150 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 104 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door JBRR te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zolang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zich blijft inzetten voor school;
- zich blijft inzetten voor een passende vrijetijdsbesteding;
- meewerkt aan de inzet van een jongerencoach;
- zich houdt aan een avondklok en elektronische monitoring;
- meewerkt aan inzet van andere hulpverlening, wanneer dit door de jeugdreclassering noodzakelijk wordt geacht;
- meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek;
- meewerkt aan behandeling vanuit de Waag (systemisch) of een soortgelijke instelling, ook indien diagnostiek een onderdeel is van de behandeling;
- zich houdt aan een contactverbod met [naam familie] ;
- zich houdt aan een locatieverbod voor de gemeente Zwanenburg;
- met opdracht aan JBRR tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende jeugddetentie;
- opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
2. opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
deskundigegehoord [naam] , jeugdzorgwerker bij JBRR. Zij heeft verklaard dat de verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis zich goed aan de voorwaarden houdt, vragen stelt als hij deze heeft en afspraken nakomt. Ook op school gaat het goed. Als de moeder in het weekend aan het werk is, gaat de verdachte naar zijn opa en oma toe. Om goede hulpverlening te kunnen inzetten en herhaling te voorkomen is het belangrijk om meer inzicht te krijgen in het denken en de handelswijze van de verdachte. Ook is de betrokkenheid van een jongerencoach belangrijk en voorzetting van de elektronische monitoring om de bewegingen van de verdachte te kunnen volgen. Als de verdachte over dagbesteding beschikt kan stapsgewijs de avondklok worden verruimd.
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 150 (honderdvijftig) dagen;
104 (honderdvier) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
werkstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;
40 (veertig) dagen;
€ 5181,75 (zegge: vijfduizend honderdeenentachtig euro en vijfenzeventig eurocent), bestaande uit € 3.181,75 aan materiële schade en € 2.000 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] te betalen