Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van Rotterdam om zijn aanvragen voor een exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning voor een horecagelegenheid te weigeren.
De burgemeester baseerde de weigering op het feit dat het ging om een nieuwe horeca-inrichting, wat in strijd is met de ontwikkelrichting 'consolideren' zoals opgenomen in het Horecagebiedsplan Delfshaven 2022-2024. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester terecht heeft vastgesteld dat de exploitatie sinds 1 oktober 2020 was gestaakt, ondanks dat het pand nog als horeca stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en er een pachtovereenkomst was gesloten.
Eiser voerde aan dat de coronapandemie de exploitatie heeft belemmerd, maar dit was onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat het Horecagebiedsplan en het bestemmingsplan naast elkaar gelden en dat het Horecagebiedsplan een geldige grondslag biedt voor de weigering. Ook is de beperking in overeenstemming met de Dienstenrichtlijn vanwege het algemeen belang van leefbaarheid en openbare orde.
De rechtbank verwerpt het beroep en bevestigt dat de burgemeester de vergunningen terecht heeft geweigerd. Een tegemoetkoming in proceskosten wordt niet toegekend.