ECLI:NL:RBROT:2024:12018

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
3 december 2024
Zaaknummer
FT EA 21-1067
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
FaillissementswetArt. 358 Faillissementswet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schone lei ondanks beperkte tekortkomingen in schuldsaneringsregeling

De rechtbank Rotterdam behandelde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares en oordeelde dat zij weliswaar toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen, maar dat deze tekortkomingen vanwege hun bijzondere aard en geringe betekenis buiten beschouwing blijven.

Schuldenares heeft in de periode mei tot en met september 2024 geen sollicitatiebewijzen overgelegd, maar sinds november 2024 een baan bij de Kruidvat. Hierdoor acht de rechtbank aannemelijk dat zij zich voldoende heeft ingespannen om werk te vinden. Tevens heeft zij haar schuldeisers niet benadeeld doordat zij haar WW-uitkering behield.

Daarnaast ontstond een nieuwe schuld van €2.063,- bij de Belastingdienst wegens teveel ontvangen kinderopvangtoeslag. Schuldenares en de beschermingsbewindvoerder hebben toegezegd deze schuld met beschikbare middelen af te lossen. De rechtbank gaat ervan uit dat deze toezegging wordt nagekomen en verleent daarom de schone lei.

Het salaris van de bewindvoerder wordt vastgesteld op maximaal €3.814,40 inclusief onkosten. De schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend wordt, met verplichtingen van schuldenares die eindigen op 15 september 2024.

Uitkomst: De rechtbank verleent de schone lei ondanks beperkte tekortkomingen en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 26 november 2024
Bij vonnis van deze rechtbank van 15 september 2021 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares],
[adres]
[woonplaats],
schuldenares,
bewindvoerder: mr. P.A. Loeff.

1.De procedure

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter zitting van 18 november 2024. De bewindvoerder heeft op 12 november 2024 schriftelijk verslag uitgebracht.
Ter zitting van 18 november 2024 zijn verschenen:
  • [schuldenares], schuldenares;
  • de heer N. Pavljasevic, waarnemend bewindvoerder;
  • mevrouw R. Hengst, beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat schuldenares weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten maar dat deze tekortkomingen gezien hun bijzondere aard dan wel geringe betekenissen buiten beschouwing blijven. Schuldenares heeft een tekortkoming in de nakoming van de inspanningsverplichting laten ontstaan en zij heeft een nieuwe schuld laten ontstaan. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Inspanningsverplichting
Schuldenares heeft een tekortkoming in de nakoming van de inspanningsverplichting laten ontstaan. Schuldenares heeft in de periode mei tot en met september 2024 geen sollicitatiebewijzen aan de bewindvoerder overgelegd. Over de maand oktober 2024 heeft zij wel sollicitatiebewijzen overgelegd. Schuldenares heeft sinds november 2024 een baan bij de Kruidvat. Hierdoor is voor de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat schuldenares zich in de periode mei tot en met september 2024 voldoende heeft ingespannen om te solliciteren naar betaald werk. Daarnaast heeft schuldenares in de periode dat zij niet heeft voldaan aan de zogeheten inspanningsverplichting haar schuldeisers niet benadeeld, doordat zij haar WW-uitkering heeft behouden.
Nieuwe schuld
Schuldenares heeft een nieuwe schuld laten ontstaan bij de Belastingdienst in verband met teveel ontvangen kinderopvangtoeslag 2024. De nieuwe schuld bedraagt € 2.063,-. Ter zitting hebben schuldenares en de beschermingsbewindvoerder toegezegd dat zij de zogeheten boedelvoorstand van € 1.363,87 zullen gebruiken om de nieuwe ontstane schuld bij de Belastingdienst af te betalen. De beschermingsbewindvoerder heeft verklaard dat er voldoende reserves op de beheerrekening aanwezig zijn om samen met de boedelvoorstand de nieuwe schuld aan de Belastingdienst in één keer te betalen. De rechtbank gaat ervan uit dat schuldenares en de beschermingsbewindvoerder zich aan deze toezegging zullen houden. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
  • stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkomingen gezien hun bijzondere aard dan wel geringe betekenissen buiten beschouwing blijven;
  • bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigen op 15 september 2024;
  • verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten, overnamevergoeding en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.814,40;
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.