Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 juli 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de brief van 16 juli 2024 aan de zijde van [persoon B] ;
- de brief van 7 oktober 2024 aan de zijde van [persoon B] , met één bijlage;
- de akte in conventie aan de zijde van [persoon A] ;
- de akte in conventie aan de zijde van [persoon B] ;
- de nadere akte in conventie aan de zijde van [persoon A] .