ECLI:NL:RBROT:2024:11934
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens gebrek aan spoedeisend belang bij huurvordering
In deze civiele procedure tussen een verhuurder en huurder is een voorlopige voorziening gevraagd om betaling van een huurachterstand of een voorschot te gelasten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de verhuurder onvoldoende spoedeisend belang heeft gesteld om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De verhuurder stelde dat de hoofdsom opliep en de procedure traag verliep, maar dit werd niet als voldoende reden gezien om de afloop van de hoofdzaak niet af te wachten. De huurder betaalde bovendien maandelijks de helft van de huur, en er was geen onderbouwing dat hij niet meer zou kunnen betalen.
De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde de verhuurder in de proceskosten van €542,00. Het vonnis is gewezen door de kantonrechter van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.