De Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht verzocht op 17 oktober 2024 om een ondertoezichtstelling van een jonge minderjarige, geboren in 2023, vanwege ernstige zorgen over zijn opvoedomgeving. De minderjarige woont bij zijn vader, terwijl de moeder geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en er geen structureel contact is tussen de moeder en het kind. Er zijn hevige conflicten tussen de ouders, waaronder een recent incident waarbij de vader de moeder zou hebben verkracht, wat tot aangifte heeft geleid.
Tijdens de mondelinge behandeling op 6 november 2024, waarbij de Raad, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, de ouders en de advocaat van de moeder aanwezig waren, werd bevestigd dat de ouders er niet in slagen om afspraken over de zorg en opvoeding na te komen. De gecertificeerde instelling wil begeleiding bieden via specifieke hulptrajecten om een stabiele opvoedomgeving te realiseren.
De moeder stemt in met het verzoek en wenst een gelijke verdeling van zorg- en opvoedingstaken. De vader erkent de noodzaak van rust en duidelijkheid, heeft meegewerkt aan spoedhulp maar wil geen verdere hulpverlening zonder respectvolle behandeling. De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en stelt de minderjarige voor de duur van twaalf maanden onder toezicht van de gecertificeerde instelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.