ECLI:NL:RBROT:2024:11575

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
20 november 2024
Zaaknummer
11186160 CV EXPL 24-16715
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling vervallen korting licentieovereenkomst met incassokosten en rente

Eiseressen vorderen betaling van een bedrag van € 290,12 wegens vervallen korting op licentievergoedingen voor het ten gehore brengen van muziek op een adres in Bleiswijk. De korting van 33,33% vervalt bij niet tijdige betaling. Gedaagde heeft de factuur niet voor de vervaldatum betaald en stelt dat zij de factuur niet heeft ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat facturen sinds 2020 digitaal naar het e-mailadres van gedaagde zijn gestuurd en betaald, en dat herinneringsmails zonder reactie zijn gebleven. De factuur was gericht aan een recent gebruikt e-mailadres, waardoor wordt aangenomen dat de factuur is ontvangen.

Daarom wijst de rechtbank de vordering toe, inclusief de incassokosten van € 43,52, wettelijke rente vanaf 26 juni 2024, en proceskosten van € 345,22. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de vervallen korting, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11186160 CV EXPL 24-16715
datum uitspraak: 15 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van

1.[eiseres 1] ,

gevestigd te Amstelveen,
2. [eiseres 2] ,
gevestigd te Hilversum,
eiseressen,
gemachtigde: Best & Partners B.V. ,
tegen:
[gedaagde] ,
vestigingsplaats: Bleiswijk,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [persoon B] .

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 25 juni 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen.
  • de repliek, met bijlagen.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

2.1.
Op 1 februari 2024 is [gedaagde] , [bedrijf B] . geworden. Omdat partijen beiden de oude naam gebruiken, zal de kantonrechter dit ook doen.
2.2.
[eiseres 1] en [eiseres 2] vorderen op grond van de tussen partijen gesloten licentieovereenkomst betaling van een bedrag van € 290,12. Dit ziet op een vervallen korting die inbegrepen zat bij de verschuldigde licentievergoedingen voor het ten gehore brengen van muziek op het adres [adres 1] in Bleiswijk. Hiernaast vorderen zij vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten.
De vordering wordt toegewezen
2.3.
[eiseres 1] en [eiseres 2] voeren aan dat zij in bepaalde gevallen een korting van 33,33% hanteren. Deze korting vervalt bij niet tijdige betaling van de factuur en/of wanneer de overige voorwaarden niet worden nageleefd, het kortingsbedrag is dan direct opeisbaar. [gedaagde] heeft de factuur niet voor 19 februari 2024 betaald waardoor de korting is komen te vervallen. Dit is door [eiseres 1] en [eiseres 2] medegedeeld op de factuur van 08 maart 2024. [gedaagde] stelt dat zij de factuur niet heeft binnengekregen en hierdoor geen kans heeft gehad om de korting te verzilveren. De adressering van de facturen staat op het adres [adres 2] in Bleiswijk, in plaats van [adres 1] in Bleiswijk. Als hoofdregel geldt, dat de afzender moet aantonen dat de factuur is verzonden naar een adres waarvan aangenomen mag worden dat de wederpartij deze mocht ontvangen en dat de factuur daar ook is aangekomen. Wanneer de factuur wordt gestuurd naar een onlangs of eerder gebruikt (e-mail)adres, dan mag er in principe van uitgegaan worden dat de verklaring is aangekomen. Dit laatste is hier het geval. Al vanaf 2020 sturen [eiseres 1] en [eiseres 2] facturen digitaal naar het e-mailadres van [gedaagde] en deze zijn aangekomen en betaald. Er is ook geen reactie gegeven op de herinneringsmail van 23 februari 2024, waar [gedaagde] nog een kans kreeg om met korting te betalen. Door bovenstaande punten wijst de kantonrechter de vorderingen toe.
[gedaagde] moet de incassokosten van € 43,52 betalen
2.4.
De incassokosten van € 43,52 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)).
[gedaagde] moet rente betalen
2.5.
De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat [eiseres 1] en [eiseres 2] genoeg hebben gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald (artikel 6:119 BW Pro) en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiseres 1] en [eiseres 2] op € 115,22 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-), en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 345,22. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres 1] en [eiseres 2] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres 1] en [eiseres 2] te betalen € 248,28 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 248,28 vanaf 26 juni 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres 1] en [eiseres 2] worden vastgesteld op € 345,22;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
62914