ECLI:NL:RBROT:2024:11572

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
20 november 2024
Zaaknummer
10951338 CV EXPL 24-5296
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst en toewijzing rente en kosten aan consument

De eiser kocht als consument een nieuwe Playstation via de webshop van de gedaagde. Na betaling besloot de eiser de koopovereenkomst te ontbinden, waarmee de gedaagde akkoord ging en de bestelling annuleerde. De gedaagde stuurde een creditfactuur toe en beloofde terugbetaling van het aankoopbedrag.

De gedaagde betaalde het bedrag van €479,95 echter niet tijdig, waarna de eiser het bedrag vorderde via een dagvaarding. De gedaagde maakte het bedrag uiteindelijk over op 29 februari 2024, maar te laat. De eiser vorderde daarom ook de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023, de dag na afloop van de wettelijke restitutietermijn, alsmede buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

De kantonrechter oordeelde dat de incassokosten van €71,85 terecht zijn toegekend op grond van artikel 6:96 BW Pro, omdat de gedaagde na annulering en meerdere afspraken niet betaalde. Ook werd de wettelijke rente van €12,92 toegewezen over de periode van 5 oktober 2023 tot de dag van betaling. Daarnaast werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten van in totaal €694,92, met wettelijke rente vanaf vijftien dagen na het vonnis.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook als hoger beroep wordt ingesteld. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, incassokosten en proceskosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 10951338 CV EXPL 24-5296
datum uitspraak: 26 juli 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Koblenz (Duitsland),
eiser,
gemachtigde: mr. P.D. Bosma
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [handelsnaam] ,
woonplaats: Schiedam
gedaagde,
die zelf procedeert,

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 9 februari 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlagen.

2.De beoordeling

Wat is de kern van de zaak?
2.1.
[eiser] kocht als consument een nieuwe Playstation op de webshop van [gedaagde] . Na betaling besloot [eiser] de koopovereenkomst te ontbinden. [gedaagde] ging hiermee akkoord en annuleerde de bestelling. Hierna stuurde hij [eiser] een creditfactuur toe en zegt toe het geld aan [eiser] terug te betalen. Omdat betaling uitblijft vordert [eiser] zijn geld terug. [gedaagde] maakt het bedrag van € 479,95 op 29 februari 2024 over.
2.2.
Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald, vordert [eiser] de openstaande proceskosten, buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente over de betaalde hoofdsom. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe.
[gedaagde] moet de incassokosten van € 71,85 betalen
2.3.
De incassokosten van € 71,85 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)).
[gedaagde] had na het annuleren van de koopovereenkomst het aankoopbedrag moeten terugbetalen. Omdat terugbetaling zelfs na meerdere gemaakte afspraken en een incassotraject uitbleef, heeft [eiser] [gedaagde] op 9 februari 2024 gedagvaard. Hij heeft in de dagvaarding een hoofdsom van € 479,95 (exclusief wettelijke rente), € 71,85 aan incassokosten en de proceskosten gevorderd. [gedaagde] heeft dit niet ter discussie gesteld.
[gedaagde] moet de wettelijke rente aan [eiser] betalen
2.4.
[eiser] eist hiernaast wettelijke rente over de hoofdsom. [eiser] stelt dat de rente berekend moet worden vanaf 5 oktober 2023 tot de betaling op 29 februari 2024. 5 Oktober is de dag na afloop van de veertien dagen wettelijke restitutietermijn. [gedaagde] laat zich hier niet over uit. De wettelijke rente, een bedrag van € 12,92 wordt daarom toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.5.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser] op € 139,42 aan dagvaardingskosten, € 218,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50,- aan nakosten. Dat is in totaal € 694,92. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 479,95 aan [eiser] te betalen. Deze rente wordt berekend over de periode van 5 oktober 2023 tot de dag van betaling op 29 februari 2024 en komt uit op een bedrag van € 12,92.
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om de buitengerechtelijke kosten van € 71,85 aan [eiser] te betalen.
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 694,92 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans.
62914