Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verdere procedure
- de beschikking van 1 februari 2024 waarbij een onderzoek door een deskundige is bevolen;
- het rapport van de deskundige met bijlagen van 8 juli 2024;
- de berichten met bijlagen van de vrouw van 3 september 2024 en 1 oktober 2024.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 4] .
2.De verdere beoordeling
De bijzondere curator kan de intrinsieke wens van [minderjarige] zichtbaar maken. Als haar wens is om geen contact met haar vader te hebben, dan is dat zo. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling ook aangegeven dat als het niet lukt om contact te hebben, het niet anders is. Deze stap is voor de man de laatste strohalm. Als [minderjarige] wel iets zou willen, bijvoorbeeld een e-mail sturen, dan kan de bijzondere curator daarbij helpen. De rechtbank merkt hierbij op dat de vrouw eerder geen bezwaar had tegen benoeming van een bijzondere curator voor [minderjarige] en tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat het fijn voor [minderjarige] zou zijn als zij met een psycholoog kan praten als zij daar behoefte aan heeft. Op de lijst van bijzondere curatoren staat geen orthopedagoog. De rechtbank zal, als laatste poging en in aanvulling op het deskundigenonderzoek, [naam 8] , psycholoog en systeemtherapeut, als bijzondere curator benoemen. Zij is ook bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden.
:
3.De beslissing
1 april 2025 PRO FORMAwaarna partijen binnen een week hun processuele wensen kenbaar dienen te maken;