ECLI:NL:RBROT:2024:1133

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
10789753 CV EXPL 23-29895
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 233 RvArt. 237 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling eigen risico zorgverzekering toegewezen

CZ Zorgverzekeringen vordert betaling van een achterstand van het eigen risico over 2022 van gedaagde, een bedrag van €337,25. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat CZ fouten heeft gemaakt en dat het CAK haar nog een bedrag moet terugbetalen. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde het eigen risico moet betalen omdat zij ziektekosten heeft gemaakt die onder het wettelijke eigen risico vallen en CZ deze kosten aan zorgverleners heeft vergoed.

De kantonrechter stelt vast dat eventuele fouten van CZ niet duidelijk zijn en dat eventuele terugvorderingen bij het CAK moeten worden geregeld, waar CZ buiten staat. De rente over het bedrag wordt toegewezen omdat CZ voldoende heeft gesteld en gedaagde dit niet heeft betwist. Ook worden incassokosten conform de wettelijke voorwaarden toegewezen.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van €337,25, vermeerderd met rente vanaf 6 september 2023, incassokosten en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gedaagde verschijnt niet op de mondelinge behandeling.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €337,25 eigen risico met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10789753 CV EXPL 23-29895
datum uitspraak: 16 februari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
CZ Zorgverzekeringen N.V.en
Onderlinge Waarborgmaatschappij CZ groep U.A.,
vestigingsplaats: Tilburg,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde partij,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘CZ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 6 september 2023, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
  • de akte van CZ van 8 januari 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 18 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was namens CZ mevrouw [naam01] (debiteurenbeheer) aanwezig. Ondanks dat [gedaagde01] is opgeroepen voor deze zitting, is zij niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Deze zaak gaat over het eigen risico bij ziektekosten van [gedaagde01] in 2022. CZ stelt dat [gedaagde01] een deel van het eigen risico heeft gebruikt en dat niet heeft (terug)betaald aan de zorgverzekeraar. CZ eist € 337,25 met rente en kosten. [gedaagde01] stelt dat CZ fouten heeft gemaakt, dat ze onterecht is aangemeld bij het CAK en dat het CAK haar nog een deel moet terugbetalen.
De kantonrechter wijst de eis van CZ volledig toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
Eigen risico in 2022
2.2.
[gedaagde01] moet € 337,25 aan eigen risico betalen. Zij heeft in 2022 ziektekosten gemaakt. Haar zorgverzekeraar CZ heeft de ziektekosten vergoed aan de zorgverleners. Een deel van de ziektekosten valt onder het (wettelijk verplicht) eigen risico, dat [gedaagde01] zelf moet betalen. Het gaat om € 337,25 in totaal.
Of en welke fouten er zouden zijn gemaakt door CZ is niet duidelijk. CZ betwist dat ook. Het is ook niet duidelijk wat voor gevolgen die fouten dan zouden hebben voor het bedrag aan eigen risico dat [gedaagde01] moet betalen aan CZ. [gedaagde01] heeft daar niets over gezegd. Als [gedaagde01] nog een bedrag tegoed heeft van CAK, moet zij dat met CAK regelen. CZ staat daar buiten.
Rente
2.3.
De rente wordt toegewezen, omdat CZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat rente moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist. Door CZ is de rente tot 6 september 2023 berekend op (€ 1,36 + € 1,81 =) € 3,17.
Incassokosten
2.4.
De incassokosten van € 50,59 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Proceskosten
2.5.
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van CZ op € 130,64 aan dagvaardingskosten, € 128,00 aan griffierecht, € 164,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,00) en € 41,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 463,64. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan CZ te betalen € 391,01 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 337,25 vanaf 6 september 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van CZ worden begroot op € 463,64;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
34286