Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
mr. J.F. Koekebakker, rechters, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 20 september 2024.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen verzoekster en verweerder is door een rechter van de rechtbank Rotterdam een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek vloeit voort uit het feit dat één van de minderjarige kinderen van partijen een klasgenoot is van een kind van de rechter, met wie de rechter regelmatig contact heeft op school. Daarnaast heeft de rechter ook de partijen zelf wel eens gesproken op school.
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief partijdig is, kan de schijn van partijdigheid ontstaan door de genoemde omstandigheden. De rechter heeft zelf het verzoek tot verschoning ingediend, wat meeweegt in de beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing vormen dat de vrees voor schade aan de rechterlijke onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen, zodat de rechter zich mag terugtrekken uit de verdere behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.