Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Rotterdam-Dordrecht,
1.Het verloop van de procedure
telefonisch gehoord).
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 9 februari 2024 een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010, die bij zijn vader woont. De minderjarige vertoont ernstig zelfbepalend gedrag en is meerdere malen met justitie in aanraking gekomen, met recente veroordelingen tot gevolg. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar communiceren onvoldoende constructief, wat leidt tot een verstoorde opvoedsituatie en onvoldoende toezicht.
De hulpverlening binnen het vrijwillige kader en het strafrechtelijk kader heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd, mede door ambivalente houding van de ouders en de minderjarige zelf. De jeugdreclassering constateert moeizame naleving van opgelegde voorwaarden zoals een avondklok. De kinderrechter acht daarom een ondertoezichtstelling noodzakelijk om passende hulpverlening in te zetten en de ouders te stimuleren tot constructieve communicatie en medewerking.
De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor de duur van één jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De beslissing is op 21 maart 2024 mondeling gegeven en op 16 april 2024 schriftelijk vastgelegd. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na betekening.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld voor de duur van één jaar met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.