ECLI:NL:RBROT:2024:1114

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
10452376
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over koop en levering van partijgoederen met betwisting van nakoming en ontbinding

Hoogvliet B.V. heeft partijgoederen verkocht aan Globes Industries B.V. en factureerde €8.167,50 voor de geleverde goederen. Globes betaalde niet en stelt dat Hoogvliet tekort is geschoten in de nakoming, onder meer vanwege afwijkende aantallen, slechte kwaliteit en onjuiste prijzen. Globes vordert ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding.

De rechter constateert dat onduidelijk is wat precies is afgesproken tussen partijen over aantallen, kwaliteit en prijzen. Hoogvliet spreekt van levering van 27 pallets restgoederen, terwijl Globes spreekt over levering per eenheid van 8 pallets. Ook is onduidelijk wat partijen over de kwaliteit hebben afgesproken, waarbij Hoogvliet wijst op de aard van restgoederen.

Gezien de uiteenlopende standpunten acht de rechter nadere bewijslevering mogelijk noodzakelijk. Daarom wordt een mondelinge behandeling gepland waarin partijen hun standpunten kunnen toelichten en de rechter vragen kan stellen. Partijen worden verzocht hun beschikbaarheid door te geven en e-mailadressen te verstrekken. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Mondelinge behandeling gepland voor nadere toelichting en bewijslevering, verdere beslissingen aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10452376 CV EXPL 23-10626
datum uitspraak: 16 februari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Hoogvliet B.V.,
vestigingsplaats: Alphen aan den Rijn,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: L.V. Snijder en H.J. Boswinkel,
tegen
Globes Industries B.V.,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.
De partijen worden hierna ‘Hoogvliet’ en ‘Globes’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 30 maart 2023, met bijlagen;
  • het antwoord met eis in reconventie (tegeneis);
  • de brief van Hoogvliet van 20 september 2023, met bijlagen;
  • de repliek in conventie en antwoord in reconventie;
  • de dupliek in conventie en repliek in reconventie, met één bijlage;
  • de dupliek in reconventie.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Hoogvliet heeft diverse partijgoederen (restpartijen) verkocht aan Globes. De goederen zijn door Globes bij Hoogvliet afgehaald. Hoogvliet heeft hiervoor op 20 april 2022 een factuur aan Globes gestuurd van € 8.167,50 inclusief btw. Globes heeft deze factuur niet betaald. Daarom eist Hoogvliet in deze procedure dat Globes wordt veroordeeld om het bedrag van € 8.167,50 aan haar te betalen, met rente en kosten.
2.2.
Globes is het niet eens met de eis van Hoogvliet. Globes stelt dat Hoogvliet de overeenkomst tussen partijen niet is nagekomen. Volgens Globes klopten de geleverde aantallen goederen niet, werden bepaalde goederen niet geleverd, was de kwaliteit van de goederen slecht en klopten de berekende prijzen niet. Globes stelt zich op het standpunt dat Hoogvliet hierdoor ernstig tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen, waardoor Globes schade heeft geleden. Globes doet in dat verband een beroep op opschorting. Globes eist dat de overeenkomst tussen partijen wordt ontbonden en dat bepaald wordt dat Hoogvliet gehouden is tot het vergoeden van de door Globes geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
De kantonrechter wil de zaak met partijen bespreken
2.3.
Voor de beoordeling van zowel de eis van Hoogvliet als de tegeneis van Globes is van belang dat vast komt te staan wat er precies tussen partijen is afgesproken en welke verplichtingen op basis van die afspraken op partijen rusten. Pas als daarover duidelijkheid bestaat kan worden beoordeeld of Globes gehouden is de factuur te betalen dan wel of Hoogvliet op enige wijze tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Uit de stellingen van partijen kan echter vooralsnog niet worden afgeleid wat zij exact met elkaar zijn overeengekomen, omdat partijen op dit punt uiteenlopende standpunten innemen.
2.4.
Zo stelt Hoogvliet dat overeengekomen is dat zij 27 pallets met restgoederen aan Globes zou leveren, maar voert Globes aan dat de goederen ‘per eenheid van 8 pallets’ zou worden geleverd. Niet duidelijk is wat Globes daarmee precies bedoelt. Ook over de kwaliteit van de geleverde goederen bestaat discussie tussen partijen. Globes stelt dat de kwaliteit van de goederen slecht was en dat deze afwijkend was van wat was afgesproken. Volgens Hoogvliet gaat het om restgoederen en impliceert de aard van die goederen al dat het mogelijk is dat de goederen gebruikt, opengemaakt, incompleet of defect zijn. Uit de stellingen van Hoogvliet kan echter niet worden opgemaakt wat er over de kwaliteit van de goederen tussen partijen is besproken.
2.5.
Door Globes wordt voorts aangevoerd dat bepaalde goederen niet zijn geleverd en dat de berekende prijzen niet klopten, maar zij heeft vooralsnog niet nader toegelicht op welke goederen en prijzen zij concreet doelt. Ook op die punten geldt bovendien dat niet duidelijk is wat partijen daarover vooraf zijn overeengekomen.
2.6.
Gelet op de uiteenlopende standpunten van partijen en de stukken die zich op dit moment in het procesdossier bevinden, is niet uitgesloten dat op diverse punten nadere bewijslevering noodzakelijk is. Alvorens daartoe eventueel over te gaan, wil de kantonrechter de zaak met partijen bespreken. De kantonrechter heeft namelijk behoefte aan nadere inlichtingen. Daarbij gaat het in elk geval - maar niet uitsluitend - om de hiervoor genoemde onduidelijkheden. Daarom wordt bepaald dat er een mondelinge behandeling zal plaatsvinden. Tijdens die mondelinge behandeling stelt de kantonrechter vragen aan partijen. Partijen krijgen daarnaast de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen. Ook onderzoekt de kantonrechter of partijen alsnog samen tot een oplossing kunnen komen.
2.7.
Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van partijen. Daarom wordt nu eerst aan partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de maanden maart, april en mei 2024 zij echt niet naar een zitting kunnen komen. Ook wil de kantonrechter graag de
e-mailadressen van partijen ontvangen.
2.8.
Na ontvangst van de verhinderdata van partijen - of als geen verhinderdata worden ontvangen - wordt de mondelinge behandeling ingepland. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid om tot één week voor de mondelinge behandeling eventuele aanvullende stukken, die van belang kunnen zijn voor onderhavige procedure, aan de kantonrechter en de wederpartij toe te sturen.
2.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie en in reconventie
3.1.
bepaalt dat partijen uiterlijk op
woensdag 28 februari 2024schriftelijk moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden maart tot en met mei 2024 zij echt niet naar een zitting kunnen komen en hun e-mailadres moeten opgeven;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
44487