Beterbad Sanitair heeft aan gedaagde een stoom- en nisdeur geleverd en gemonteerd, waarvoor twee facturen zijn verzonden met een totaalbedrag van € 2.848,72. Gedaagde betwist de hoogte van de facturen en stelt dat een deel van de eerste factuur reeds is betaald. De rechtbank stelt vast dat de overeengekomen prijs van de eerste factuur € 1.423,10 bedraagt, conform de overgelegde orderbevestiging, en brengt de reeds betaalde € 408,33 in mindering, zodat nog € 1.014,76 openstaat.
De tweede factuur wordt verminderd wegens dubbele facturering van een kostenpost, waardoor het openstaande bedrag € 713,61 bedraagt. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 1.728,37 plus wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum en incassokosten van € 259,26. Een derde factuur van € 73,93 wordt buiten beschouwing gelaten omdat hiervoor geen vordering is ingesteld.
Gedaagde heeft ter zitting een tegenvordering wegens schade wegens het verliezen van een klant gesteld, maar deze is niet ingediend en onvoldoende onderbouwd, zodat deze wordt afgewezen. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.