De huurder [gedaagde 2] huurt sinds november 2022 een woning van Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam (SOR). Door een huurachterstand van drie maanden, overlast voor omwonenden en het aantreffen van een hennepkwekerij met een gevaarlijke illegale elektriciteitsaansluiting is de huurovereenkomst ontbonden. De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst ernstig zijn en dat de omstandigheden, waaronder de verslavingsproblematiek van de huurder, onvoldoende onderbouwd zijn om tot een andere uitkomst te komen.
De huurder is veroordeeld tot betaling van € 1.508,33 aan huurachterstand tot augustus 2024, rente, incassokosten en een gebruiksvergoeding vanaf september 2024 tot ontruiming. De bewindvoerder [gedaagde 1], handelend namens de huurder, is verplicht binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de woning te ontruimen. De tegeneis van de bewindvoerder om een tweede kans of passende woning te verkrijgen is afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor onmiddellijke uitvoering mogelijk is.
De proceskosten worden aan de zijde van SOR vastgesteld en komen voor rekening van de bewindvoerder. Het eerdere verstekvonnis wordt vernietigd vanwege een lager toegewezen bedrag aan huurachterstand. Het vonnis is gewezen door kantonrechter A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.