Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 januari 2024, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn in 2001 in Iran getrouwd en wonen sinds 2002 in Nederland. De vrouw vordert overdracht van een bruidsgave van 514 gouden munten, gebaseerd op de huwelijksakte. De man betwist de vordering en voert aan dat het Nederlandse recht van toepassing is, dat de vordering is verjaard en dat de redelijkheid en billijkheid zich tegen toewijzing verzetten.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is op grond van het EVO-verdrag en de nauwere band met Nederland, gezien de langdurige woonplaats en het leven van partijen in Nederland. De authenticiteit van de huwelijksakte blijft onbesproken, aangenomen wordt dat de bruidsgave is overeengekomen. Verjaring wordt verworpen vanwege het bijzondere karakter van de bruidsgave.
De rechtbank overweegt dat de bruidsgave oorspronkelijk bedoeld was ter bescherming van de vrouw, maar dat de huidige omstandigheden in Nederland met sociale voorzieningen en alimentatieregels maken dat het onaanvaardbaar is dat de vrouw haar aanspraak kan doen gelden. Gezien het werk van de vrouw en de gezamenlijke woning met overwaarde acht de rechtbank toewijzing niet redelijk. De vordering wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot afgifte van de bruidsgave af wegens onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.