Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 oktober 2024, met 6 producties;
- het overzicht beslagstukken van eiser, met 4 producties.
2.De vordering
3.De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Rotterdam
Eiser vordert in kort geding de ontruiming van een woonruimte en betaling van achterstallige huurpenningen, gemeentelijke belastingen en buitengerechtelijke kosten van gedaagde, die niet is verschenen en niet heeft betaald sinds maart 2024.
De kantonrechter verleent verstek tegen gedaagde en stelt vast dat eiser een spoedeisend belang heeft vanwege dreigende executie door de bank. Ondanks dat eiser niet volledig heeft voldaan aan de verplichtingen uit het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening, is aannemelijk dat gedaagde niet in staat is de huurachterstand in te lopen en de lopende huur te betalen.
Gedaagde heeft tijdens een telefoongesprek aangegeven financiële problemen te hebben en een andere woning te hebben gevonden, maar is zijn betalingsverplichtingen en toezeggingen niet nagekomen. Gezien het belang van eiser en de situatie van gedaagde, waaronder het verblijf van minderjarige kinderen, weegt het belang van eiser bij ontruiming zwaarder.
De gevorderde bedragen voor achterstallige huur, gemeentelijke belastingen en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen, evenals de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot ontruiming van de woonruimte en betaling van achterstallige huur en kosten.