ECLI:NL:RBROT:2024:10488

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 augustus 2024
Publicatiedatum
23 oktober 2024
Zaaknummer
11196727 VV EXPL 24-340
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning na verlopen huurovereenkomst en niet-betaling huur

In deze kort geding procedure heeft eiser een ontruimingsvordering ingesteld tegen gedaagde, die niet is verschenen en verstek is verleend. De zaak betreft een woning te Capelle aan den IJssel waarvan de huurovereenkomst voor bepaalde tijd is verstreken. Eiser heeft gedaagde tijdig gewezen op het verlopen van de huurovereenkomst.

Op zitting is gebleken dat gedaagde met haar gezin in de woning verblijft, maar ook dat de huur niet wordt betaald en er sprake is van overlast en schade aan de woning, waaronder een lekkage die niet kan worden verholpen doordat eiser de toegang wordt ontzegd. De kantonrechter heeft de belangen van de minderjarige kinderen meegewogen, maar gelet op de omstandigheden acht hij ontruiming gerechtvaardigd.

De ontruimingsvordering wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na het vonnis. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt eveneens afgewezen omdat deze kosten onder de proceskosten vallen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €900,97. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11196727 VV EXPL 24-340
datum uitspraak: 28 augustus 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,
eiser,
gemachtigde: mr. J. Postma,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 5 augustus 2024;
  • producties 1 tot en met 6.
1.2.
Op 14 augustus 2024 is de zaak op zitting behandeld. Mr. Postma is met de moeder van eiser verschenen. Gedaagde is niet verschenen. Tegen gedaagde wordt verstek verleend. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen.

2.De beoordeling

2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van eiser volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.2.
Artikel 139 Rv Pro bepaalt dat in een verstekzaak de vordering van eiser wordt toegewezen, tenzij de rechter de vordering ongegrond of onrechtmatig voorkomt.
2.3.
De vordering van eiser komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Uit de overgelegde en niet betwiste stukken blijkt dat tussen eiser en gedaagde met betrekking tot de woning aan de [adres] te Capelle aan den IJssel (de woning) een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar is gesloten met ingang van 7 april 2023. Die termijn is inmiddels verstreken en eiser heeft gedaagde daar tijdig en conform de huurovereenkomst op gewezen. Het is dus aannemelijk dat de bodemrechter – als het tot een bodemzaak zou komen – zal concluderen dat gedaagde (en haar familie) zonder recht of titel in de woning verblijft.
2.4.
Op zitting is namens eiser verteld dat gedaagde in de woning verblijft met haar man en één of meer minderjarige kinderen. De kantonrechter heeft ambtshalve overwogen of en hoe de belangen van de kinderen meegewogen moeten worden. Op zitting is ook gebleken dat niet alleen de termijn van de huurovereenkomst is verstreken. Ook is namens eiser aangevoerd dat de huur niet wordt betaald en er sprake is van overlast en schade aan de woning. Zo is er sprake van een lekkage vanuit de woning naar de benedenverdieping en eiser wordt de toegang tot de woning ontzegt. Daardoor kan de lekkage niet worden verholpen. In die situatie kunnen de belangen van de kinderen – waarover verder geen concrete informatie bekend is – niet aan een ontruiming in de weg staan.
2.5.
De ontruimingsvordering wordt daarom toegewezen. De kantonrechter bepaalt de ontruimingstermijn op veertien dagen na het wijzen van dit vonnis. Gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden (niet betalen huur, overlast en schade), ziet de kantonrechter geen aanleiding voor een langere ontruimingstermijn. In die afweging is het belang van de in de woning tevens verblijvende minderjarige kinderen meegewogen.
2.6.
De gevorderde dwangsom wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Met de toewijzing van de veroordeling tot ontruiming heeft eiser een titel om zelf, via de weg van de reële executie, tot gedwongen ontruiming over te gaan en onvoldoende is onderbouwd op grond waarvan een extra prikkel om tot ontruiming over te gaan in de vorm van een op te leggen dwangsom nodig is.
2.7.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden afgewezen. Uit de door eiser gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan eiser vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
Gedaagde moet de proceskosten betalen
2.8.
Gedaagde moet de proceskosten betalen, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van eiser op € 135,97 aan dagvaardingskosten, € 87,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 900,97. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het staat eiser vrij om deze vordering te verrekenen met de waarborgsom.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat eiser dat eist (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde;
3.2.
veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] te Capelle aan den IJssel te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege gedaagde bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van eiser te stellen;
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 900,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn en in het openbaar uitgesproken.
1734/1876