Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw P.A. Ramjiawan, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw N.J. Eckhardt, werkzaam bij CKN Bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een schuldregeling. Het voorstel betrof een betaling van circa 95,94% aan preferente en 47,97% aan concurrente schuldeisers. Acht schuldeisers stemden in, één schuldeiser weigerde vanwege onvoldoende aflossing en een aanzienlijk spaarsaldo van verzoekster.
De rechtbank oordeelt dat de weigering van deze schuldeiser gegrond is, mede omdat verzoekster niet conform de VTLB-berekeningen voldoende heeft afgelost en er onduidelijkheid bestaat over de reserveringen en betalingen. Tevens is de schuldregeling onvolledig gedocumenteerd.
Verder is vastgesteld dat verzoekster over voldoende middelen beschikt en binnen enkele maanden haar schuldenlast volledig kan voldoen, waardoor geen sprake is van een problematische of uitzichtloze schuldensituatie.
Daarom weegt het belang van de schuldeiser bij volledige betaling zwaarder dan dat van verzoekster en overige schuldeisers. Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen. De rechtbank zal apart beslissen over het verzoek tot schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen omdat het voorstel onduidelijk is en verzoekster niet in een problematische schuldensituatie verkeert.