ECLI:NL:RBROT:2024:10350

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 augustus 2024
Publicatiedatum
21 oktober 2024
Zaaknummer
zaaknummer: 11057264 CV EXPL 24-10660
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde zorgkosten voor minderjarig kind toegewezen aan zorginstelling

De Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep (SFVG) vordert betaling van een openstaande factuur van €424,23 voor medische behandeling van het minderjarige kind van gedaagde bij SFVG. Gedaagde erkent de onbetaalde zorgkosten, maar stelt dat zijn kind verzekerd zou zijn geweest. De rechtbank oordeelt dat tussen partijen een overeenkomst bestaat voor de behandeling bij SFVG op 23 januari 2024 en dat gedaagde verantwoordelijk is voor betaling omdat het kind niet als verzekerd stond ingeschreven op dat moment.

Gedaagde kan zich tot zijn zorgverzekeraar wenden voor vergoeding, maar dit ontslaat hem niet van de betalingsverplichting aan SFVG. De incassokosten van €76,99 worden toegewezen op grond van artikel 6:96 BW Pro, evenals de wettelijke rente vanaf 16 april 2024. Daarnaast worden de proceskosten van €473,79 aan de zijde van SFVG aan gedaagde opgelegd.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor SFVG direct betaling kan afdwingen. Gedaagde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de repliek van SFVG. Hiermee wordt de vordering van SFVG volledig toegewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van onbetaalde zorgkosten, incassokosten, rente en proceskosten aan SFVG.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11057264 CV EXPL 24-10660
datum uitspraak: 2 augustus 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
STICHTING SINT FRANCISCUS VLIETLAND GROEP,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Van Houwelingen & Partners,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

woonplaats: Rotterdam,
2 [gedaagde 2] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagden,
die zelf procederen.
Eiseres wordt hierna ‘SFVG’ genoemd. Gedaagden worden gezamenlijk ‘ [gedaagde 1] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 16 april 2024, met bijlagen;
  • het schriftelijk antwoord en mondeling verweer van [gedaagde 1] ;
  • de repliek van SFVG
1.2.
[gedaagde 1] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

Wat is de kern van de zaak?
2.1.
Het minderjarige kind van [gedaagde 1] heeft een medische behandeling in het SFVG gehad. [gedaagde 1] heeft hier een factuur voor ontvangen en deze vervolgens niet betaald. SFVG eist daarom betaling van het factuurbedrag van € 424,23 vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en rente.
2.2.
[gedaagde 1] erkent dat de zorgkosten niet zijn betaald. [gedaagde 1] ging ervan uit dat zijn kind verzekerd was voor deze kosten.
[gedaagde 1] moet de zorgkosten betalen
2.3.
Als onvoldoende gemotiveerd weersproken staat vast dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten voor een geneeskundige behandeling van de zoon van [gedaagde 1] bij SFVG. Er wordt door [gedaagde 1] gesproken over een behandeling in het Erasmus M.C., maar uit de stukken blijkt dat op 23 januari 2024 een behandeling in het SFVG is uitgevoerd. [gedaagde 1] moet de kosten voor deze medische behandeling van zijn kind betalen, aangezien [gedaagde 1] verantwoordelijk is voor de voldoening hiervan en omdat het SFVG de kosten niet kon indienen bij de verzekering omdat het kind van [gedaagde 1] op dat moment niet als verzekerd stond ingeschreven. [gedaagde 1] heeft aangevoerd dat de verzekering voor zijn kind op 26 januari 2024 is ingegaan maar dat zijn kind alsnog per 16 januari 2024 verzekerd is als [gedaagde 1] kan bewijzen dat zijn kind op die datum ingeschreven stond bij de gemeente. Wat daarvan zij, dit doet niet af aan de betalingsverplichting van [gedaagde 1] jegens SFVG. [gedaagde 1] zal zich zelf tot zijn zorgverzekeraar moeten wenden om de kosten alsnog vergoed te krijgen. De vordering tot betaling van de hoofdsom wordt op grond van het voorgaande toegewezen.
[gedaagde 1] moet de incassokosten van € 76,99 betalen
2.4.
De incassokosten van € 76,99 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)).
[gedaagde 1] moet rente aan SFVG betalen
2.5.
De rente wordt toegewezen omdat SFVG genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde 1] dat niet heeft betwist.
[gedaagde 1] moet de proceskosten betalen
2.6.
[gedaagde 1] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van SFVG op € 138,79 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 473,79. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat SFVG dat eist en [gedaagde 1] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] om aan SFVG te betalen € 463,89 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 424,23 vanaf 16 april 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten, die aan de kant van SFVG worden vastgesteld op € 473,79 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis, tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom.
62914