Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 juni 2024, met bijlagen 1 tot en met 8;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis) van 20 juni 2024, met ongenummerde bijlagen;
- de oproepingsbrief van de rechtbank voor een mondelinge behandeling op 23 september 2024;
- het antwoord in reconventie gedateerd op 23 september 2024 met bijlage 9 tot en met 11.
- de heer [persoon B] (project- en innovatiemanager bij Woonkracht);
- de heer [persoon C] (vastgoedbeheerder bij Woonkracht);
- mr. Jaspers, voornoemd;
- mevrouw [persoon A] , voornoemd.
2.De feiten
3.Het geschil
- de huurovereenkomst ontbindt en [persoon A] veroordeelt om de woning te ontruimen;
- [persoon A] veroordeelt om € 6.494,33 (€ 5.868,65 aan huur, € 114,88 aan rente en € 509,80 aan incassokosten) te betalen met wettelijke rente vanaf 5 juni 2024;
- [persoon A] veroordeelt om € 581,09 per maand aan huur te betalen vanaf 1 juli 2024 tot de datum van ontbinding;
- [persoon A] veroordeelt om een vergoeding te betalen van € 581,09 per maand vanaf de datum van ontbinding tot de datum waarop de woning is ontruimd;
- [persoon A] veroordeelt in de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
- Woonkracht veroordeelt om een schadevergoeding van € 50.000,00 te betalen;
- Woonkracht veroordeelt om alle asbest uit de woning te verwijderen op verbeurte van een dwangsom;
- [persoon A] vrij stelt van het betalen van huur totdat het asbest is verwijderd en de woning veilig is verklaard;
- Woonkracht veroordeelt in de proceskosten.