ECLI:NL:RBROT:2024:10186
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek rechterlijke verschoning in zorgmachtigingszaak
In deze zaak vraagt een rechter zich te mogen verschonen van de behandeling van een verzoek tot zorgmachtiging voor betrokkene. Dit verzoek volgt op haar eerdere beslissing tot ondercuratelestelling van dezelfde betrokkene op grond van lichamelijke en/of geestelijke gronden.
Hoewel de rechter geen persoonlijke vooringenomenheid erkent, acht zij de objectief gerechtvaardigde vrees voor een gebrek aan onpartijdigheid aanwezig. De rechtbank bevestigt dat verschoning dient ter waarborging van rechterlijke onpartijdigheid en dat een rechter in beginsel onpartijdig wordt geacht, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit tegenspreken.
De rechtbank concludeert dat de door de rechter aangevoerde omstandigheden, mede gezien haar eigen verzoek tot verschoning, een zwaarwegende aanwijzing vormen voor de objectieve vrees van partijdigheid. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verschoning toe en draagt de zaak over aan een andere rechter.
Uitkomst: Verzoek tot rechterlijke verschoning wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor gebrek aan onpartijdigheid.