ECLI:NL:RBROT:2023:9622
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid informatieachterhouding en niet-verwijtbare schending inspanningsplicht
Bij vonnis van 16 november 2020 is de schuldsaneringsregeling van schuldenares uitgesproken. De bewindvoerder verzocht op 22 mei 2023 om tussentijdse beëindiging van deze regeling, waarop de rechter-commissaris op 25 mei 2023 instemde. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat schuldenares bij toelating relevante informatie over haar psychische problematiek en verslavingsproblematiek heeft achtergehouden die tot afwijzing had geleid. Schuldenares had destijds werk en de intentie dit uit te breiden, en haar psychische problemen zijn later ernstiger geworden.
Verder is vastgesteld dat schuldenares gedurende de regeling niet altijd aan haar inspanningsplicht voldeed, met name door het niet solliciteren na de eerste anderhalf jaar. Echter, medische en psychologische rapporten tonen aan dat zij door een combinatie van sociaal-maatschappelijke, psychische en medische problemen verminderd belastbaar is. Een nadere keuring is niet mogelijk vanwege de belasting daarvan. Ook het uitblijven van behandeling is grotendeels veroorzaakt door externe factoren buiten haar invloed.
De rechtbank concludeert dat de tekortkomingen in de inspanningsplicht niet verwijtbaar zijn en onvoldoende aanleiding geven tot tussentijdse beëindiging. Daarom wordt het verzoek van de bewindvoerder afgewezen en blijft de schuldsaneringsregeling van kracht.
Uitkomst: De rechtbank weigert de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid van informatieachterhouding en niet-verwijtbare schending van de inspanningsplicht.