Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mr. D.A. IJpelaar, kantoorgenoot van de advocaat van verzoeker mr. J. Pearson (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning schorst. De ontruiming was bevolen bij vonnis van 20 juni 2023. Verzoeker verklaarde dat de huurachterstand was ontstaan door een tijdelijke terugval van het inkomen, maar dat het huidige inkomen uit eigen onderneming € 5.000 netto per maand bedraagt. De huur voor augustus en september 2023 was reeds betaald.
Verweerster, Aegon Levensverzekering N.V., is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank oordeelde dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van verzoeker, om in de woning te kunnen blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen, zwaarder weegt dan het belang van verweerster.
De rechtbank legde als voorwaarde op dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan en bepaalde dat de voorlopige voorziening geldt voor zes maanden. Tevens verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid om later een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: De rechtbank schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden en verlengt de huurovereenkomst onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.