Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. Haar schuldenproblematiek, waaronder een huurachterstand, was ontstaan door wisselend inkomen en een gokverslaving. Inmiddels heeft zij een dienstverband met een inkomen van circa €1.600 tot €1.700 per maand en heeft zij de huur van september 2023 voldaan.
Verweerster, de verhuurder, stelde dat de huurachterstand was verdubbeld en dat de ontruiming al driemaal was aangekondigd. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en dat het belang van verzoekster, die met haar kind in de woning wil blijven en actief schuldhulpverlening volgt, zwaarder weegt dan het belang van verweerster.
De rechtbank stelde als voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan en verlengde de huurovereenkomst voor de duur van zes maanden. Tevens verklaarde zij verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek later.
Deze voorlopige voorziening biedt verzoekster een adempauze om haar schuldenproblematiek aan te pakken en haar woonruimte te behouden.