Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 15 juni 2023 en
- de aanvulling op het wrakingsverzoek van diezelfde datum.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.C. van der Kolk, rechter in een kort geding tussen eiseres en verzoeker. Het verzoek betrof de wraking van de rechter die het kort geding behandelde.
De rechtbank stelde vast dat de rechter op 14 juni 2023 een mondeling eindvonnis had gewezen, waarmee de behandeling van de zaak was afgerond. Het wrakingsverzoek werd op 15 juni 2023 ontvangen, dus ná het eindvonnis.
Omdat het doel van wraking is te voorkomen dat een rechter nog langer bemoeienis met een zaak heeft, en dit niet meer relevant is na een einduitspraak, oordeelde de rechtbank dat verzoeker niet-ontvankelijk was. De wrakingskamer wees het verzoek af en verklaarde dat hiertegen geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat het verzoek na het eindvonnis is ingediend.