Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2023:7138

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juni 2023
Publicatiedatum
11 augustus 2023
Zaaknummer
659583 / HA RK 23-595
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8, lid 2, aanhef en onder a. Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter in kort geding niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker diende een voorwaardelijk wrakingsverzoek in tegen mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, rechter in een kort geding tussen de gemeente Dordrecht en een mede-eiser tegen verzoeker. Het wrakingsverzoek was voorwaardelijk, gericht op de situatie waarin de rechter zou aannemen dat eisers voldoende spoedeisend belang hadden en verzoeker het niet zou worden toegestaan alsnog een advocaat te zoeken en een reconventionele vordering in te dienen.

De wrakingskamer oordeelde dat een rechterlijke beslissing, ook een nog te nemen beslissing, geen grond kan vormen voor wraking. Het voorwaardelijke karakter van het verzoek maakte dit niet anders. Er was geen andere grond voor wraking dan de inhoud van de nog te nemen beslissing.

Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard zonder behandeling ter zitting. De beslissing werd op 19 juni 2023 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het voorwaardelijke wrakingsverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer
zaaknummer: C/10/659583 / HA RK 23-595
Beslissing van 19 juni 2023
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[naam verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verzoek van verzoeker strekt tot voorwaardelijke wraking van de rechter in het kort geding van de gemeente Dordrecht en [naam mede-eiser] als eisers tegen verzoeker als gedaagde met kenmerk C/10/658586 / KG ZA 23-449.
1.2.
Het verloop van de procedure blijkt verder uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 14 juni 2023.

2.De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft – kort samengevat – zijn verzoek tot wraking voorwaardelijk gedaan in die zin, dat hij de rechter wraakt in geval zij aanneemt dat eisers in het kort geding (voldoende) spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen en – vervolgens – het hem niet zal worden toegestaan alsnog bijstand van een advocaat te zoeken en een vordering in reconventie in te dienen.
2.2.
Een rechterlijke beslissing kan als zodanig geen grond vormen voor wraking. Dat geldt zowel voor beslissingen in de hoofdzaak als voor daarmee verband houdende beslissingen van andere aard. Een wrakingsverzoek kan daarom niet met succes worden gedaan op de grond dat een door die rechter nog te nemen beslissing een bepaalde inhoud heeft. Hieruit volgt dat het door de rechter aannemen van (voldoende) spoedeisend belang en – vervolgens – niet toestaan dat verzoeker alsnog bijstand van een advocaat zoekt en een vordering in reconventie indient niet, ook niet voorwaardelijk, een grond voor wraking kan zijn.
2.3.
De situatie dat het wrakingsverzoek zelf op een andere grond berust dan op de inhoud van de nog te nemen beslissing van de rechter doet zich hier niet voor.
2.4.
Het wrakingsverzoek is derhalve kennelijk ongegrond en verzoeker wordt door de wrakingskamer, met toepassing van artikel 8, lid 2, aanhef en onder a. van het Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam en zonder behandeling ter zitting van de wrakingskamer, niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het voorwaardelijk verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. E. Rabbie, voorzitter, mr. M.G.L. de Vette en
mr. A. Buizer, rechters, in tegenwoordigheid van de J.A. Faaij, griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.