Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift, ontvangen op 22 juni 2023;
- het e-mailbericht van 21 juli 2023 met de bijlagen behorend bij het verzoekschrift.
Rechtbank Rotterdam
Op 28 juli 2023 heeft de kantonrechter te Rotterdam, locatie Dordrecht, uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, een testamentair bewindvoerder, verzocht werd ontslagen te worden vanwege zijn hoge leeftijd en daarmee samenhangende ongeschiktheid om zijn functie voort te zetten.
De overledene, mevrouw geboren in 1925, had in haar testament van 10 september 2007 een bewind ingesteld over het erfdeel van haar dochter. Verzoeker was benoemd tot bewindvoerder en had deze aanvaarding bevestigd. Verzoeker woonde echter niet in Dordrecht, maar in een andere plaats.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 268 lid 1 Rv Pro in samenhang met artikel 1:12 lid 2 BW Pro tijdens een testamentair bewind de kantonrechter van de woonplaats van de bewindvoerder bevoegd is om te beslissen over ontslagverzoeken. Omdat geen concentratie van toezicht was vastgesteld, was de rechtbank Rotterdam niet bevoegd. De zaak werd daarom ambtshalve verwezen naar de kantonrechter te Overijssel, locatie Zwolle, de woonplaats van de bewindvoerder.
De beschikking werd openbaar uitgesproken door kantonrechter C. van Steenderen-Koornneef. De griffier werd opgedragen de processtukken door te zenden aan de bevoegde rechtbank.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst ontslagverzoek testamentair bewindvoerder naar bevoegde kantonrechter woonplaats bewindvoerder.