ECLI:NL:RBROT:2023:6280
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding en kosten rechtsbijstand na vrijspraak wegens diefstal en opzetheling
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 maart 2023 verzoeken van de gewezen verdachte tot vergoeding van immateriële schade en kosten rechtsbijstand voortvloeiend uit voorlopige hechtenis en strafvorderlijk optreden.
De verdachte was van 18 tot 20 juni 2022 in verzekering gesteld op verdenking van diefstal door inklimming en opzetheling, maar werd bij vonnis van 20 juni 2022 vrijgesproken. Dit vonnis werd op 4 juli 2022 onherroepelijk.
De rechtbank oordeelde dat de inverzekeringstelling rechtmatig was vanwege voldoende verdenking en dat de verzoeker door zijn eigen gedragingen de verdenking had afgeroepen. Zijn proceshouding, waaronder het gebruik van het zwijgrecht, leidde ertoe dat de nadelige gevolgen voor zijn rekening blijven. Daarom ontbraken gronden van billijkheid voor vergoeding van immateriële schade en kosten rechtsbijstand, en werden beide verzoeken afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding van immateriële schade en kosten rechtsbijstand worden afgewezen wegens ontbreken van gronden van billijkheid.