Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- [verzoekster01] met mr. Kerbusch
- [verweerder01]
- [naam01] , namens belanghebbende [belanghebbende02]
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 mei 2023 het verzoek van een erfgenaam om de schorsing van de executeur en afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van een overledene. De executeur had de woning behorende tot de nalatenschap verkocht aan derden zonder toestemming van de verzoekster, die dit aanvoerde als gewichtige reden voor schorsing.
De verzoekster stelde dat de executeur niet bevoegd was tot verkoop zonder haar instemming en dat de verkoopprijs lager dan marktwaarde was, terwijl zij de woning wilde verkrijgen. Ook werd een verstoorde verhouding genoemd als reden. De executeur betwistte het spoedeisend belang en verwees naar de reeds voltooide levering van de woning.
De kantonrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond omdat de woning al was geleverd en er geen andere urgente zaken speelden. Daarom kon de beslissing in de hoofdzaak worden afgewacht en werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
De kosten die de executeur had gemaakt werden als redelijk beoordeeld en werden aan de verzoekster opgelegd. De uitspraak werd op 19 mei 2023 opgemaakt en ondertekend.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing executeur en afwikkelingsbewindvoerder afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang; verzoekster veroordeeld in proceskosten.