Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 10/151480-21 feit 3 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 10/151480-21 feit 1, 2 en 3 subsidiair en het onder 10/250266-21 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 177 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapport van 9 januari 2023, met in aanvulling daarop een alcoholverbod en bij de voorwaarde dat de verdachte open is over en inzage geeft in zijn internetgebruik een verbod om zijn internetgeschiedenis te wissen, waarbij deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar moeten worden verklaard, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uur;
- oplegging van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v van
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
,gedragsinterventie middelengebruik, ambulante behandeling, een contactverbod met de slachtoffers, meewerken aan de begeleidingsmodule Stap voor Stap, het vermijden van contact met minderjarigen en het vermijden van kinderporno.
8..Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel
€ 127,20 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
90 (negentig) dagen;
€ 2.500,00 (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij01] te betalen
€ 2.500,00(hoofdsom,
zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
35 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;