ECLI:NL:RBROT:2023:5496
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde benedenwoning met souterrain in Rotterdam
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een benedenwoning met souterrain in Rotterdam, waardepeildatum 1 januari 2021, en stelt dat de waarde €205.000 zou moeten zijn. Verweerder handhaaft de waarde van €252.000, gebaseerd op een taxatierapport met drie vergelijkingsobjecten.
De rechtbank overweegt dat de iWOZ-kaarten en bouwtekeningen niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren, aangezien verweerder deze niet heeft ingezien en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door verweerder gebruikte kenmerken onjuist zijn. De wijze van indexering is door verweerder voldoende toegelicht en niet onjuist toegepast.
De rechtbank acht de gebruiksoppervlakte van het souterrain van 53 m², zoals door verweerder aangenomen, reëel en volgt eiser niet in zijn stelling dat het souterrain minder waarde heeft vanwege ligging onder straatniveau. Ook acht de rechtbank de gehanteerde waarderingsfactoren, waaronder de onderhoudstoestand, voldoende onderbouwd en ziet geen aanleiding om de WOZ-waarde te verlagen.
Gelet op het taxatierapport, de vergelijkingsobjecten en de onderbouwing concludeert de rechtbank dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €252.000.