ECLI:NL:RBROT:2023:5255
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen griffierecht
Verzoeker diende op 1 oktober 2022 een verzoekschrift in bij de griffie van de kamer voor kantonzaken. De kantonrechter verwees de zaak op 19 oktober 2022 naar het Team handel en haven wegens onbevoegdheid. Verzoeker werd bij brief van 27 maart 2023 gewezen op de verplichting om het griffierecht binnen vier weken te betalen. Ondanks meerdere herinneringen en de mogelijkheid om zich uit te laten over het niet tijdig betalen, werd het griffierecht pas op 16 mei 2023 voldaan, ruim na de termijn. Verzoeker deed geen beroep op de hardheidsclausule van artikel 282a lid 4 Rv. De rechtbank constateerde dat het niet tijdig betalen niet hersteld kon worden door latere betaling en verklaarde verzoeker daarom niet-ontvankelijk. De beschikking werd op 24 mei 2023 in het openbaar uitgesproken door mr. Th. Veling.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht.